Nieuwe regeling voor verkooprechten in Vlaanderen

Als je op dit moment een woning koopt in Vlaanderen betaal je daarop meestal 10 % verkooprechten. De Vlaamse regering besliste om dit percentage binnenkort te veranderen. Aan welke wijzigingen mag je je verwachten?

Als je op dit moment een woning koopt in Vlaanderen betaal je daarop meestal 10 % verkooprechten. De Vlaamse regering besliste om dit percentage binnenkort te veranderen. Aan welke wijzigingen mag je je verwachten?

 

 

Op de ministerraad van de Vlaamse regering van 22 december ll. werd er beslist om de registratierechten (in Vlaanderen verkooprechten genoemd) op de verkoop van een woning te verminderen. Wat verandert er binnenkort precies?

 

Eén tarief voor de eerste woning

Er bestaat binnenkort maar één enkel tarief meer van verkooprechten ipv dat er nu twee bestonden (met name normaal 10 % en bij klein beschrijf 5 %). Voortaan zal er bij de aankoop van een vastgoed dat je enige woning is (en waarbij je er binnen de twee jaar intrekt) een tarief van 7 % toepassing vinden. Koop je een tweede woning dan geldt dit tarief niet. In dat geval blijf je een tarief van 10 % betalen.

 

Korting voor bescheiden woningen

Als je een bescheiden woning koopt (het zou gaan om een woning waarvoor je niet meer dan 200.000 euro betaalt en in bepaalde steden of de Vlaamse rand 220.000 euro), dan zou je een korting krijgen op de verkooprechten. Meer bepaald zou je op de eerste schijf van 80.000 euro geen verkooprechten moeten betalen zodat je uiteindelijk 5.600 euro bespaart.

 

En bij renovatie?

Als je de woning die je koopt renoveert kan je al eveneens een korting krijgen op de verkooprechten, dit afhankelijk van de aard van de renovatie die je doet. Je zou de woning dan wel moeten renoveren binnen de vijf jaar na de aankoop. Ingeval van een renovatie die aan de wettelijke voorwaarden voldoet betaal je maar 6 % verkooprechten.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Tuin uitbreiden met een stuk landbouwgrond: mag dat?

Je hebt de kans om een stuk landbouwgrond aan te kopen dat achteraan je tuin grenst. Mag je dat dan gebruiken om er je tuin mee uit te breiden? En mag je er bijvoorbeeld ook een tuinhuis op zetten?

Je hebt de kans om een stuk landbouwgrond aan te kopen dat achteraan je tuin grenst. Mag je dat dan gebruiken om er je tuin mee uit te breiden? En mag je er bijvoorbeeld ook een tuinhuis op zetten?

 

 

Het kopen van een stukje landbouwgrond achter je tuin kan een goedkope oplossing zijn om over meer grond te beschikken. Weet dan wel dat je er niet zomaar onbeperkt alles mee kan doen.

 

Er zelf gebruik van maken

Als je een stuk landbouwgrond kan kopen achter je tuin waarop geen pachter zit, dan heb je het recht om dat zelf te gebruiken. Je kan er dus perfect je tuin mee uitbreiden. Alleen zijn er grenzen aan wat je er allemaal zoal mee kan doen.

 

Landelijk karakter behouden

In het gebruik dat je van het stuk landbouwgrond maakt moet je het landelijk karakter daarvan respecteren. Zo is het perfect mogelijk om het te gebruiken als speelweide voor je kinderen, er groenten op te telen of het te gebruiken als een weide waarop je een aantal kleine dieren zet. Eventueel kan je er daarbij zelfs een stal op bouwen. Hiervoor heb je mogelijks wel een vergunning nodig.

 

Er zijn grenzen

Je mag op het stukje grond integendeel geen zwembad aanleggen. Het is al eveneens uit den boze er een tuinhuis op te zetten of een poolhouse. Ook vaste speeltuigen voor je kinderen zet je er maar beter niet. Wat daarentegen wel kan is dat je er verplaatsbare zaken opzet zoals verplaatsbare goals voor je kinderen die er geregeld een partijtje voetballen.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Moet een verkoper kandidaat-kopers wijzen op gebreken aan het pand?

Verkopers van een huis of appartement stellen hun pand wel eens mooier voor dan dat het in werkelijkheid is. Hierbij worden ook gebreken die er zijn aan de woning wel eens ‘vergeten’ of zelfs gecamoufleerd. Wat kan de koper dan doen? Wat zijn de verplichtingen van de verkoper?

Verkopers van een huis of appartement stellen hun pand wel eens mooier voor dan dat het in werkelijkheid is. Hierbij worden ook gebreken die er zijn aan de woning wel eens ‘vergeten’ of zelfs gecamoufleerd. Wat kan de koper dan doen? Wat zijn de verplichtingen van de verkoper?

 

 

Bij de verkoop van een woning staat er allicht in de koopovereenkomst een clausule volgens welke de koper het pand koopt in de staat waarin het zich bevindt. Tevens wordt meestal aangegeven dat de koper de verkoper niet kan aanspreken voor zichtbare of verborgen gebreken die er aan het huis zijn.

 

Zichtbare gebreken

De verkoper moet de koper niet wijzen op zichtbare gebreken die er aan de woning zijn. De koper moet datgene wat hij koopt namelijk grondig inspecteren en zich desgevallend daarbij laten bijstaan door een professioneel. Deed hij dat niet, dan kan hij daar nadien niet over klagen. Is er bv. een vochtprobleem dat goed zichtbaar is (en de verkoper camoufleerde dat niet onder een laag verf) dan kan de koper daar later niet over ‘vallen’.

 

Verborgen gebreken

Als er sprake is van een verborgen gebrek dat de verkoper kende, dan liggen de zaken anders. Als de verkoper dat gebrek verzweeg (en het eventueel ook camoufleerde) dan kan de koper hierover later wel moeilijk doen, dit zelfs als er een clausule in de koopovereenkomst staat dat de verkoper niet instaat voor verborgen gebreken.

 

De koper zal daarbij wel moeten aantonen dat de verkoper het gebrek kende en dat verzweeg. Deel je als verkoper bepaalde gebreken mee, zorg dan dat je over een bewijs beschikt dat je de koper van de gebreken in kwestie op de hoogte bracht.

 

De sanctie

Blijkt er een ernstig verborgen gebrek te zijn dat de verkoper verzweeg, dan kan de koper vooreerst vragen dat de koop ongedaan wordt gemaakt waarbij de verkoper de koopsom (en daar eventueel bovenop een schadevergoeding) aan de koper moet terugbetalen. Eventueel zou de koper ook een prijsvermindering kunnen vragen.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

Verkoop nietig: wat als de woning een waardevermindering onderging?

Je verkoopt een woning. Nadien wordt die verkoop nietig verklaard en ontvang je de woning terug. Maar wat zijn je rechten als de woonst intussen een waardevermindering onderging?

Je verkoopt een woning. Nadien wordt die verkoop nietig verklaard en ontvang je de woning terug. Maar wat zijn je rechten als de woonst intussen een waardevermindering onderging?

 

 

Er kunnen diverse redenen zijn om de geldigheid van een verkoopovereenkomst met betrekking tot een onroerend goed in vraag te stellen. Maar wat zijn de gevolgen als er sprake is van een nietigheid?

 

Het grote principe

De nietigverklaring van een overeenkomst brengt met zich dat de partijen, zo mogelijk, in dezelfde toestand worden geplaatst als die waarin zij zich zouden bevinden indien zij niet hadden gecontracteerd. De verkoper krijgt dus in principe de woning terug terwijl de koper –als die al betaalde- de koopprijs ontvangt. Eventueel kan één van de partijen ook nog een schadevergoeding vragen van de andere.

 

Minwaarde

Als de woning intussen minder waard is geworden is dat het probleem van … de verkoper. Die wordt namelijk geacht altijd eigenaar te zijn gebleven. Op die regel bestaat wel een uitzondering als het verschil in waarde toe te schrijven is aan het doen of laten van de koper. Als dat kan bewezen worden door de verkoper kan die een extra vergoeding aan de verkoper vragen.

 

Denk twee keer na

Als u als verkoper de nietigheid van een verkoopovereenkomst wil vragen gaat u maar beter na wat het onroerend goed nu nog waard is. Overleg met uw advocaat. De kans bestaat namelijk dat u uiteindelijk een minder waardevolle woning terugkrijgt. Het kan dan ook soms beter zijn om een andere vordering te stellen.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

Wanneer mag een verhuurder een huurhernieuwing weigeren?

De huurder van een handelspand vraagt op een correcte manier een huurhernieuwing aan. De verhuurder wil dit weigeren. Op welke gronden kan hij dat doen? Moet hij dan een vergoeding betalen aan de huurder?

De huurder van een handelspand vraagt op een correcte manier een huurhernieuwing aan. De verhuurder wil dit weigeren. Op welke gronden kan hij dat doen? Moet hij dan een vergoeding betalen aan de huurder?

 

 

Een verhuurder heeft het recht om een aanvraag tot huurhernieuwing te weigeren. Hierbij moet hij wel voldoen aan de voorwaarden die in de handelshuurwet staan.

 

Wat zijn deze redenen?

De handelshuurwet geeft een opsomming van de redenen op grond waarvan een verhuurder het recht heeft om een aanvraag tot hernieuwing te weigeren. Zo kan de verhuurder de hernieuwing vooreerst weigeren als hij het verhuurde goed persoonlijk en werkelijk in gebruik wil nemen of als hij wil dat het onroerend goed geen handelsbestemming meer heeft. Hetzelfde geldt als de verhuurder het onroerend goed of het gedeelte waarin de huurder zijn bedrijf uitoefent, weer wil opbouwen. Als wederopbouw wordt daarbij beschouwd elke verbouwing door een afbraak voorafgegaan, beide de ruwbouw van de lokalen rakende en waarvan de kosten drie jaar huur te boven gaan.

 

Andere motieven om de huurhernieuwing te weigeren zijn bv. het feit dat de huurder blijk geeft van grove tekortkomingen aan zijn verplichtingen uit de lopende huur en het gegeven dat een derde aan de eigenaar een hogere huurprijs aanbiedt (waarbij de huurder een gelijk aanbod kan doen).

 

Ook als de huurder een soortgelijke handel is begonnen in de onmiddellijke buurt van het verhuurde goed of beschikt over een onroerend goed waarin hij zijn handelsbedrijf kan voortzetten in de onmiddellijke buurt van het verhuurde goed kan de verhuurder de hernieuwing weigeren.

 

Soms een vergoeding betalen

Buiten de hierboven vermelde gevallen kan de verhuurder de hernieuwing ook altijd weigeren mits hij aan de huurder een vergoeding wegens uitzetting uitkeert die gelijk is aan drie jaar huur, eventueel verhoogd met een bedrag, toereikend om de aan de huurder veroorzaakte schade geheel te vergoeden.

 

Ook als de verhuurder een hierboven aangegeven motief inroept voor zijn weigering is hij soms een vergoeding verschuldigd aan de huurder. Die vergoeding kan aanzienlijk zijn en ook hier zelfs gaan tot … drie jaar huur. Als de eigenaar het onroerend goed wil bestemmen voor een ander gebruik dan voor handel of het weer wil opbouwen, heeft de uitgezette huurder bijvoorbeeld veelal recht op een vergoeding gelijk aan 1 jaar huur. Als de eigenaar of iemand van diens familie in het onroerend goed een soortgelijke handel wil drijven, heeft de uitgezette huurder dan weer recht op een vergoeding gelijk aan 2 jaar huur. Als de eigenaar niet binnen 6 maanden en gedurende minstens 2 jaar de reden vervult op grond waarvan hij de hernieuwing aan de huurder weigerde, heeft de huurder zelfs recht op een vergoeding gelijk aan 3 jaar huur.

 

Soms kan de huurder ook nog naar de rechtbank stappen als de vergoeding klaarblijkelijk ontoereikend is wegens het voordeel dat de verhuurder uit de uitzetting getrokken heeft. Ook de verhuurder kan zich soms richten tot de rechter, indien de vergoeding klaarblijkelijk overdreven is, gelet op de verlaten of vervallen toestand van de handel op het tijdstip van de terugneming.

 

De huurder moet zijn vordering tot betaling van de vergoeding wegens uitzetting instellen binnen een jaar te rekenen van het feit waarop de vordering gebaseerd is.

 

Een overeenkomst sluiten

De wet zegt dat de huurder en verhuurder van de voorgaande regels kunnen afwijken en een andere afspraken kunnen maken. Die overeenkomst moet dan wel worden gesloten na het ingaan van het recht op vergoeding. Gebeurt dat niet, dan is de overeenkomst niet geldig.

Het recht op vergoeding ontstaat overigens niet noodzakelijk al op het moment dat de verhuurder zijn weigering ter kennis brengt aan de huurder. Als de verhuurder het motief voor de weigering bijvoorbeeld niet naleeft, dan ontstaat het recht op vergoeding pas op het moment dat hij niet aan de voorwaarden voor de weigering voldoet.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Wat gebeurt er met huurachterstallen bij een verkoop?

Op het moment van de verkoop van een huurwoning heeft de huurder nog huurachterstallen. Kan de vroegere eigenaar die van hem nog opvragen? Kan de huurder het op een akkoordje daarover gooien met de nieuwe eigenaar?

 

Het gebeurt wel eens dat de verhuurder van een woning deze verkoopt en de huurder (die in het pand zit) nog één of meerdere maanden huur moet betalen. Aan wie moet dat dan gebeuren?

 

Toekomstige huur

De koper wordt in de regel eigenaar van de huurwoning vanaf het verlijden van de notariële akte. Vanaf dat moment moet de huurder de lopende huur dus verder betalen aan de nieuwe eigenaar. De verkoper kan op zijn beurt geen aanspraak meer maken op huurgelden die verschuldigd zijn vanaf het verlijden van de akte.

 

Huur voor het verleden

De huurachterstallen die de huurder heeft op het moment van het verlijden van de koopakte bij de notaris blijven in principe verschuldigd aan de verkoper. Ze ontstonden nu eenmaal voor de verkoop. De koper en verkoper zouden onderling wel andere afspraken kunnen maken waarbij de verkoper bv. ook zijn vorderingen op de huurder overdraagt aan de koper.

 

De koper sluit een akkoord

Als de koper na de aankoop van de woning een akkoord sluit met de huurder (waarbij die bv. een deel van de achterstallen niet meer moet betalen), bindt zulk akkoord de verkoper niet. Die kan dus wel degelijk nog naar de huurder stappen en eisen dat hij de achterstallen (die ontstonden voor het verlijden van de notariële koopovereenkomst) verder betaalt.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Mag je verkopen aan iemand die dement is?

Als eigenaar van een appartement of assistentiewoning wil je die verkopen. De bewindvoerder van iemand die dement is stelt zich, namens de demente, kandidaat om je pand aan te kopen. Maar kan dat wel en met wat moet je in dat geval allemaal rekening houden?

Als eigenaar van een appartement of assistentiewoning wil je die verkopen. De bewindvoerder van iemand die dement is stelt zich, namens de demente, kandidaat om je pand aan te kopen. Maar kan dat wel en met wat moet je in dat geval allemaal rekening houden?

 

 

Om een woning te kunnen kopen of verkopen moet je wat men noemt ‘gezond zijn van geest’. Je moet namelijk een volwaardige toestemming kunnen geven voor de aan- of verkoop. Is dat niet het geval, dan is de overeenkomst nietig.

 

Hij kan het niet zelf

Het voorgaande brengt meteen met zich dat iemand die dement is (of die niet voldoende gezond is van geest) geen koopovereenkomst met betrekking tot een onroerend goed kan afsluiten. Twijfel je over de geestestoestand van de koper, dan doe je maar beter geen zaken met hem.

 

De bewindvoerder

Als de vrederechter een bewindvoerder aanstelde over de geestesonbekwame kandidaat-koper dan kan je daar, onder bepaalde voorwaarden, wel zaken mee doen. De bewindvoerder kan nu eenmaal wel overeenkomsten met jou afsluiten in naam van de geestesonbekwame. Toch kan ook dit niet ‘zomaar’.

 

Er zijn formaliteiten

De wet zegt namelijk dat de bewindvoerder -vooraleer de compromis wordt ondertekend- de machtiging van de vrederechter moet krijgen om tot de aankoop te kunnen overgaan.

 

Om die machtiging te kunnen krijgen wordt best een dossier opgebouwd. Daarin kan onder andere een schattingsverslag worden opgenomen om te laten zien dat de vraagprijs correct is, een motivering waarom de aankoop voor de beschermde persoon belangrijk is en diens meer. Pas nadat de machtiging werd verkregen kan de aankoop effectief doorgaan.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Een huis kopen via een videoconferentie, doe je zo

Bij de aankoop van een onroerend goed moet er een notariële akte worden opgemaakt. Hiervoor is het niet meer noodzakelijk om samen te komen op het kantoor van dezelfde notaris.

Bij de aankoop van een onroerend goed moet er een notariële akte worden opgemaakt. Hiervoor is het niet meer noodzakelijk om samen te komen op het kantoor van dezelfde notaris.

 

Bij de aankoop van een huis, appartement of bouwgrond kunnen de koper en verkoper elk een eigen notaris kiezen voor het opmaken van de notariële akte.

 

Tot voor kort moest iedereen voor het verlijden van de akte samenkomen op het kantoor van de zogenaamde minuuthoudende notaris. Het beleggen van zo’n afspraak was niet altijd even evident. Bovendien kwamen sommige partijen door verkeershinder wel eens te laat op de afspraak.

 

Nieuwe wet

De wetgever laat sinds kort dan ook toe om via een videoconferentie te werken. Hierbij gaat elke partij naar het kantoor van zijn eigen notaris waarna er een videoconferentie wordt georganiseerd. Daarbij wordt de ontwerpakte voorgelezen en wordt er toelichting gegeven. Vanop afstand kan dan de toestemming worden gegeven met de akte.

 

Tekenen via volmacht

De notariële akte moet nog wel worden ondertekend. Dat gebeurt dan door een gevolmachtigde die fysiek aanwezig is bij de minuuthoudende notaris (bv. een medewerker van het kantoor).

 

Infrastructuur vereist

Opdat de nieuwe regeling zou kunnen worden toegepast moeten de beide notarissen wel over de nodige infrastructuur beschikken. Bij heel wat notarissen is dat nog niet het geval. Vraag dan ook aan de notaris waar je een beroep op wil doen of deze over de technische mogelijkheden beschikt.

 

door Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Kopen op een openbare verkoop: met welke kosten rekening houden?

Je wil een onroerend goed kopen op een openbare verkoop. Met welke kosten moet je in dat geval rekening houden? Wanneer moet je ze precies betalen?

Je wil een onroerend goed kopen op een openbare verkoop. Met welke kosten moet je in dat geval rekening houden? Wanneer moet je ze precies betalen?

 

Bij een onderhandse verkoop betaal je op je aankoop registratierechten, het ereloon van de notaris, aktekosten en enkele andere kosten. Om die kosten te berekenen kan je gebruik maken van allerhande simulatoren. Eén daarvan vind je terug op de site https://www.notaris.be/rekenmodules/aankoop.

 

Men zegt wel eens dat de kosten die je als koper bij een openbare verkoop moet betalen ‘hoger’ liggen dan wat je moet betalen als je een onroerend goed onderhands aankoopt. Maar is dat wel zo?

 

Je betaalt een forfait

Als je koopt op een openbare verkoop, moet je bovenop de koopprijs een forfaitair percentage aan kosten betalen. Dat percentage vertegenwoordigt een ganse reeks kosten. Het gaat daarbij om de registratierechten, het honorarium van de notaris en de aktekosten.

 

Het percentage hangt af van regio tot regio en is tevens afhankelijk van de uiteindelijke aankoopprijs van het onroerend goed. Hoe hoger die prijs, hoe lager het percentage wordt. Je kan soms ook genieten van een gunstiger tarief als er bijvoorbeeld sprake is van een kleine eigendom op het platteland of van een bescheiden woning.

 

Het ligt hoger dan bij een onderhandse verkoop

Het is inderdaad zo dat de kosten bij een openbare verkoop hoger liggen dan bij een onderhandse verkoop. Het is dus niet omdat je een onroerend goed iets goedkoper kan kopen op een openbare verkoop dan bij een onderhandse verkoop, dat je uiteindelijk ook in het totaal voordeliger af bent.

 

Om je een concreter idee te geven : als je een woning koopt voor een prijs rond de 200.000 euro, reken dan op een extra kost van zowat 16 % van de totale prijs. Bij een woning van 500.000 euro zal het percentage dalen naar rond de 13 %. Om een volledig en juist beeld te hebben van de kosten kan je je overigens richten tot de notaris die de openbare verkoop organiseert. Doe dat voor de verkoop plaatsheeft. Op die manier weet je tenminste wat een bod dat je doet je uiteindelijk effectief zal kosten.

 

Er zijn nog andere kosten

Los van deze forfaitaire aankoopkosten kunnen er in de verkoopsvoorwaarden ook nog andere kosten te jouwen laste worden gelegd. Zo kan je bijvoorbeeld metingskosten moeten betalen en kan je een deel van de onroerende voorheffing voor het lopende jaar moeten voldoen. Vraag aan de notaris die de openbare verkoop organiseert de verkoopsvoorwaarden op. Hierin kan je zien welke kosten er precies te jouwen laste zijn.

 

Daarnaast moet je ook nog rekening houden met de kosten die verbonden zijn aan je lening en de hypotheekvestiging. Je bankier kan je daarvan een simulatie geven.

 

Men zegt wel eens dat je bij een openbare verkoop uiteindelijk als vuistregel kan nemen dat de kosten (aankoopkosten en de kosten van de leningsakte en eventuele hypotheekvestiging) 20 % bedragen van de prijs die je biedt voor het onroerend goed.

 

Wanneer moet je betalen?

Je moet de kosten overigens in beginsel betalen binnen de vijf dagen na de verkoop. Voor wat betreft de betaling van de eigenlijke koopprijs heb je integendeel meestal zowat een maand tot zes weken de tijd.

 

Hou er daarbij rekening mee dat je bij een openbare verkoop niet kan kopen onder de opschortende voorwaarde van het verkrijgen van een lening. Je moet dus voor je beslist te kopen weten of je de totale koopsom vermeerderd met de kosten wel zal kunnen betalen. Contacteer dan ook voorafgaand aan de verkoop je bank om te zien of die sowieso wel wil meestappen in het verhaal en je een lening wil geven. Alles zal daarbij afhangen van de waarde van het pand dat je wil kopen en van je financiële toestand en inkomsten.

 

Beschik je uiteindelijk niet over de nodige gelden om te betalen, dan loop je een serieus risico. Je riskeert dan door het bod dat je niet kan honoreren met een serieuze financiële kater opgescheept te zitten. Meer daarover lees je hier.

 

door Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Elektriciteitskeuring negatief: kan je de woning nog verkopen?

Als je een woning verkoopt, dan moet je de elektriciteitsinstallatie wel eens laten keuren. Maar wat als er daar een negatief verslag uit voortvloeit? Kan de verkoop dan doorgang vinden?

 

 

In heel wat woningen die worden verkocht is de elektriciteit niet in orde. Wat zijn de gevolgen als de elektriciteitskeuring negatief is?

 

Keuring nodig

Je moet de elektrische installatie van een woning die je verkoopt laten keuren als die dateert van voor 1 oktober 1981. Bij een installatie die van na deze datum is geldt er geen specifieke keuringsplicht. Er geldt dan wel een algemene herkeuringsplicht na verval van het attest.

 

Je kan verkopen

Het feit dat de keuring negatief is, verhindert je niet om de woning te verkopen. Je moet het attest wel overmaken aan de koper. Om discussies te vermijden wordt het negatief attest best al aan de koper overhandigd op het moment van de compromis. Die kan dan naderhand niet komen zeggen dat hij niet wist hoe de elektriciteit er aan toe was.

 

Wat moet de koper doen?

De koper van de woning heeft vervolgens 18 maand de tijd om de elektriciteit aan te passen en de nodige werken uit te voeren. Hij moet binnen deze termijn de installatie ook opnieuw laten keuren.

 

Doet de koper dat niet, dan riskeert hij een boete. De herkeuring mag overigens ook gebeuren door een andere instantie dan diegene die de eerste keuring uitvoerde. Je kan als koper kiezen wie je de keuring laat doen.  

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}