Wat als de huurder met de noorderzon verdwijnt?

Het gebeurt wel eens dat een huurder van de ene dag op de andere ‘verdwijnt’ uit de door hem gehuurde woning. Soms worden daarbij de sleutels van het gehuurde pand ook nog eens in de brievenbus van de verhuurder achtergelaten. Wat kan de verhuurder dan doen?

Het gebeurt wel eens dat een huurder van de ene dag op de andere ‘verdwijnt’ uit de door hem gehuurde woning. Soms worden daarbij de sleutels van het gehuurde pand ook nog eens in de brievenbus van de verhuurder achtergelaten. Wat kan de verhuurder dan doen?

 

 

Huurders die wegwillen uit het door hen gehuurde pand leven niet altijd de spelregels na rond de opzeg van de huurovereenkomst. Ze verdwijnen soms van de ene dag op de andere en betalen dan geen huur meer. Maar wat kan je als verhuurder doen als je zelf een huurder hebt die van de ene dag op de andere zonder verdere verwittiging verdwijnt.

 

Geen automatische beëindiging

Het feit dat je huurder de woning of het appartement dat hij van je huurde verliet (en ook leeg maakte) brengt niet met zich dat de huurovereenkomst daardoor ook automatisch eindigt. Het is dan ook uit den boze dat je als verhuurder zo maar in het door jou verhuurde pand binnen gaat en dat ook opnieuw verhuurt. Wat je wel kan doen is vragen aan de politie of aan een gerechtsdeurwaarder om vast te stellen dat het huis verlaten is.

 

Weet je dat je huurder het pand verliet, stuur hem dan een schriftelijke aanmaning om zijn huurderverplichtingen (bewonen van het huis, betalen van de huur als er al achterstallen zijn, …) terug na te komen. Doe dat via een aangetekende brief naar het laatst gekende adres. Stuur verder ook een mail (als je een mailadres hebt) en een sms.

 

Naar de rechtbank

Allicht zal je schrijven weinig uithalen. In dat geval kan je een procedure starten bij de vrederechter waar je de huurachterstallen kan opvragen en waarbij je tevens de ontbinding van de huurovereenkomst kan vorderen. Je kan dan meteen een verbrekingsvergoeding vragen, een voorbehoud voor huurschade enz. Je kan ook eventueel een deskundige laten aanstellen om die schade te becijferen. Wil je zo’n procedure starten voor de vrederechter dan doe je daarbij best een beroep op de diensten van een advocaat.

 

De huurder stopt de sleutels in je bus

Als de huurder bij zijn vertrek ook nog eens de sleutels van het gehuurde pand in je brievenbus achterlaat ligt de situatie ietwat anders. Je zou dan kunnen argumenteren dat hij door het afgeven van de sleutels de huurovereenkomst verbreekt.

 

Van zodra je de sleutels vindt neem je best dadelijk contact op met een gerechtsdeurwaarder. Vraag deze om de sleutel in ontvangst te nemen en samen met jou naar het verhuurde pand te gaan. Je kan dan samen met de gerechtsdeurwaarder binnen gaan om te kijken of de woning inderdaad leeg is. Vraag meteen aan de gerechtsdeurwaarder om foto’s te nemen van de toestand van de woning om op die manier eventuele huurschade te kunnen bewijzen. Laat hem tevens de meterstanden vaststellen. Alleen binnengaan in de woning doe je maar beter niet. De huurder zou dan bijvoorbeeld kunnen zeggen dat eventuele schade die er is door jou werd aangebracht.

 

Schrijf de huurder meteen ook een aangetekende brief (en stuur een mail en sms) waarin je aangeeft dat je er -behoudens tegenbericht binnen de 7 dagen- van uit gaat dat je huurder de huur verbrak en dat je de woning opnieuw te huur zal ­stellen. Vraag de huurder ook om op een door jou gestelde datum en uur in het huurpand aanwezig te zijn voor de opmaak van een plaatsbeschrijving. Maan hem tevens aan de eventuele huurachterstallen te betalen alsook een verbrekingsvergoeding en een eventuele wederverhuringsvergoeding. Maak tevens voorbehoud voor eventuele huurschade.

 

Hij reageert niet

De kans dat je huurder niet reageert op je aanmaning is groot. In dat geval kan je het pand al opnieuw te huur stellen. Je hebt dan de keuze of je ook nog naar de vrederechter stapt om daar bv. de huurachterstallen in te vorderen, een verbrekings- en wederverhuringsvergoeding te vragen, een vergoeding voor huurachterstallen en diens meer. Bij je keuze dien je je af te vragen of het sop de kool wel waard is en of een eventuele procedure je uiteindelijk niet meer zal kosten dan opleveren…

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Kan een verhuurder de woninghuurwet buiten toepassing verklaren?

Als een woning of appartement waarin de huurder zijn hoofdverblijfplaats heeft verhuurd wordt, is de woninghuurwet in principe van toepassing. Maar kan het huurcontract de toepassing van die wet uitsluiten?

Als een woning of appartement waarin de huurder zijn hoofdverblijfplaats heeft verhuurd wordt, is de woninghuurwet in principe van toepassing. Maar kan het huurcontract de toepassing van die wet uitsluiten?

 

 

De woninghuurwet bevat strikte spelregels waaraan de huur moet voldoen. Sommige verhuurders zouden dan ook liever hebben dat de wet geen toepassing vindt. Maar kunnen zij in het huurcontract opnemen dat de woninghuurwet niet speelt?

 

Dwingend recht

De woninghuurwet is van dwingend recht. Dat betekent dan ook dat van zodra de huurder in het gehuurde pand zijn hoofdverblijf heeft, de woninghuurwet in principe van toepassing is. De verhuurder kan dan de toepassing van de wet niet zo maar uitsluiten. Het volstaat dus zeker niet om als verhuurder in het huurcontract een bepaling op te nemen die zegt dat de woninghuurwet niet speelt. Doet de verhuurder dat toch, dan is deze bepaling niet geldig.

 

Er is een uitzondering

De verhuurder kan wel soms in het huurcontract zetten dat het gehuurde goed niet tot hoofdverblijfplaats mag dienen van de huurder. Hij moet dan kunnen staven wat de reden daarvoor is (bv. het pand is enkel geschikt voor het verhuren aan studenten, om te verhuren als vakantieverblijf enz.). Bovendien moet dan in het huurcontract aangegeven worden waar de hoofdverblijfplaats van de huurder dan wel is (hetgeen op een andere locatie dient te zijn). Is aan deze voorwaarden voldaan, dan kan de toepasselijkheid van de woninghuurwet wel uitgesloten worden.

 

De huurder wijzigt de bestemming

Had de huurder aanvankelijk niet zijn hoofdverblijfplaats in het gehuurde pand maar wil hij die daar in de loop van de huur toch vestigen, dan is dat mogelijk als de verhuurder zijn toestemming daarvoor geeft. Doet de verhuurder dat dan begint een woninghuurovereenkomst te lopen.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Mag je handelshuurder ‘uithangen’ naar waar hij verhuist?

De huurovereenkomst met je handelshuurder eindigt. Mag hij dan aan het door jou verhuurde pand een bericht uithangen naar waar hij zijn zaak verhuist? Mag dat bericht ook blijven hangen na het einde van de huurovereenkomst?

De huurovereenkomst met je handelshuurder eindigt. Mag hij dan aan het door jou verhuurde pand een bericht uithangen naar waar hij zijn zaak verhuist? Mag dat bericht ook blijven hangen na het einde van de huurovereenkomst?

 

 

Als je door een winkelstraat wandelt zie je wel eens dat handelaars wiens winkel verhuisd is een bericht achterlaten op het pand dat ze verlieten. Daarin staat dan, ten behoeve van klanten en mogelijke klanten, naar waar de zaak werd overgebracht.

 

Tijdens de huurovereenkomst

Zolang de huurovereenkomst duurt heeft je huurder vanzelfsprekend het recht om aan te kondigen naar waar hij zal verhuizen. Hij kan dat op allerhande manieren doen (bv. via zijn website, via flyers, publicatie in reclamebladen, mailing, …). Hij mag ook perfect binnen in de winkel (of aan de buitenzijde) duidelijk aankondigen wanneer en naar waar hij verhuist.

 

Na de huurovereenkomst

Ook als de huur al geëindigd is heeft je huurder het recht om te laten weten naar waar hij zijn winkel overbracht. Ook dan mag hij dat nog uithangen aan het pand dat je aan hem verhuurde. Dat recht staat letterlijk in de wet. Meer bepaald zegt de handelshuurwet dat iedere huurder wiens huur eindigt, gedurende de zes maanden die volgen op zijn vertrek, aan de lokalen een duidelijk zichtbaar bericht mag aanbrengen, waarbij wordt opgegeven naar welke plaats hij zijn inrichting heeft overgebracht. Dat geldt zelfs als je intussen aan iemand anders hebt verhuurd die er zijn zaak al in heeft gevestigd.

 

Geen andere afspraken

In het huurcontract kan je van de voorgaande regel niet afwijken. De regel is nu eenmaal wat men noemt van dwingend recht.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Dit gebeurt er met de huur als de verhuurder scheidt

Net zoals het kan gebeuren dat een koppel dat een huis huurt gaat scheiden, kan zo’n scheiding ook voorkomen bij de verhuurder. Wat gebeurt er dan met het huurcontract?

Net zoals het kan gebeuren dat een koppel dat een huis huurt gaat scheiden, kan zo’n scheiding ook voorkomen bij de verhuurder. Wat gebeurt er dan met het huurcontract?

 

 

Een gehuwd koppel verhuurt een woning of appartement. In de loop van de huurovereenkomst komt er tussen de verhuurders een breuk die leidt tot een echtscheiding. Heeft dit gevolgen voor het huurcontract?

 

De huur eindigt niet

Door de feitelijke scheiding (of de echtscheiding) van de verhuurders komt er niet automatisch een einde aan het huurcontract. Dat blijft dus gewoon lopen, zelfs als de woning de onverdeelde eigendom is van de beide verhuurders.

 

Gaat het om een huurcontract voor negen jaar, dan zou het wel kunnen gebeuren dat de verhuurders de huur opzeggen voor ‘eigen gebruik’ en dit meer bepaald om één van hen toe te laten voortaan zelf in het verhuurde pand te gaan wonen. Ze moeten dan een opzegtermijn van zes maanden naleven.

 

Aan wie betalen?

De huurder kan de huur (voorlopig) blijven betalen op de rekening waarop hij deze altijd betaalde. Doet één van de verhuurders moeilijk en vraagt die om voortaan op een andere rekening (bv. op zijn naam) te betalen, dan doet de huurder er goed aan het akkoord van de andere echtgenoot daarmee te vragen.

 

Een wijziging aanbrengen op de loutere vraag van één van de verhuurders (zonder het akkoord van de andere) doet men maar beter niet tenzij er bijvoorbeeld een uitvoerbaar vonnis zou zijn dat het tegendeel zegt.

 

Er komt een ‘oplossing’

In het kader van de echtscheiding zal de woning uiteindelijk allicht worden toebedeeld aan één van de echtgenoten of worden verkocht. Ook daardoor eindigt de huurovereenkomst niet automatisch. In dat geval moet de huur wel betaald worden aan de (nieuwe) eigenaar.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Kan een huurder extra sloten vragen?

Je huurders kunnen je niet verplichten om extra beveiligingsmaatregelen te nemen tegen mogelijke diefstallen in het huis dat je verhuurt. Het volstaat dat de woning kan worden afgesloten.

 

 

Je huurder vraagt je om in de voordeur van het huis dat je verhuurt een veiligheidsslot te plaatsen. Hij vraagt ook een extra grendel op de achterdeur. Volgens hem kunnen op die manier diefstallen worden vermeden.

 

Je bent niet verplicht

Je bent als verhuurder niet verplicht om zulke werken op jouw kosten te doen, tenzij je je daar in het huurcontract toe verbond. In de wet staat alleen dat de woning (of het appartement) die je verhuurt moet kunnen worden afgesloten zodat enkel de bewoners er toegang toe hebben.

 

Als alle deuren en ramen van de huurwoning kunnen worden afgesloten en de sloten ook in goede staat zijn, kan je huurder dus niets van jou vragen. Hij kan niet eisen dat je op jouw kosten aanpassingen aanbrengt.

 

Er volgt een diefstal

Je huurder kan je ook niet aansprakelijk stellen als er later een diefstal volgt waarbij een deel van zijn inboedel wordt gestolen. Je huurder draait daar zelf voor op, tenzij de woning niet voldeed aan de minimale norm dat ze moet kunnen worden afgesloten. Voor schade aan de deur zelf of aan het gebouw draai jij op als de huurder kan bewijzen dat er sprake was van overmacht (en diefstal is nu eenmaal vaak een vorm van overmacht).

 

Je huurder betaalt zelf

Wil je huurder zelf beveiligingsmaatregelen treffen op zijn kosten, dan moet hij je daar in de regel geen toestemming voor vragen. Je riskeert bij het einde van de huur hem hiervoor een vergoeding te moeten betalen.

Je vermijdt zulke discussies maar beter. Zet dan ook in het huurcontract een bepaling dat je huurder je toestemming moet vragen voor welkdanige werken ook aan de woning. Bepaal tevens dat je de werken die gebeurden en die niet wegneembaar zijn sowieso kan behouden zonder een vergoeding te moeten betalen (of dat je kan eisen dat ze worden ‘afgebroken’ met herstel in de vorige toestand op kosten van je huurder).

 

Tekst: Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

 

{{NEWSLETTER_BOX}}

Dossierkosten hypothecaire lening: hoe hoog mogen ze zijn?

Als je een hypothecaire lening aangaat voor het kopen, bouwen of verbouwen van een huis zal de bank je vaak dossierkosten aanrekenen. Sinds april 2017 worden die kosten wettelijk begrensd. Hoeveel mogen ze maximaal bedragen?

Als je een hypothecaire lening aangaat voor het kopen, bouwen of verbouwen van een huis zal de bank je vaak dossierkosten aanrekenen. Sinds april 2017 worden die kosten wettelijk begrensd. Hoeveel mogen ze maximaal bedragen?

 

Omdat sommige banken de dossierkosten bij een hypothecair krediet systematisch optrokken werd er in de wet een maximumbedrag opgenomen. Wat moet je hiervan weten?

 

In principe 500 euro

De maximale dossierkost die de bank je mag aanrekenen als je een hypothecair krediet aangaat bedraagt 500 euro. Het gaat om een maximum. De bank kan je dus eventueel een lagere of zelfs geen kost aanrekenen. Probeer dan ook bij je onderhandelingen bij het afsluiten van een lening de kosten zo laag mogelijk te houden.

 

Wat bij een overbruggingskrediet?

Ga je een overbruggingskrediet aan (je koopt bijvoorbeeld een huis maar je bestaande woning die te koop staat is nog niet verkocht), dan bedragen de maximale dossierkosten 300 euro. De combinatie van een overbruggingskrediet met een nieuw krediet mag maximaal 800 euro aan dossierkosten met zich brengen.

 

En bij herfinanciering?

Herfinancier je je krediet bij dezelfde kredietgever, dan mogen de dossierkosten hoogstens vijftig procent bedragen van de dossierkosten die, op het ogenblik dat de herfinanciering wordt aangegaan, worden aangerekend voor nieuwe hypothecaire kredieten. Als je binnen het jaar een tweede herfinanciering afsluit, dan mag de bank nogmaals de initiële dossierkosten aanrekenen.

 

De wet geeft ook maximumbedragen aan voor duplicatiekosten en de kosten voor het lichten van een contractuele optie (bv. de mogelijkheid voor een consument om een uitstel van betaling te vragen als hij zijn woonkrediet tijdelijk niet kan aflossen). De kost hiervan mag maximum 50 euro bedragen.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Woninghuur in Vlaanderen: wat verandert er?

Binnen de Vlaamse regering werd onlangs een akkoord gesloten over een nieuw decreet rond woninghuur. Wat gaat er zoal veranderen en vanaf wanneer zal dat het geval zijn?

Binnen de Vlaamse regering werd onlangs een akkoord gesloten over een nieuw decreet rond woninghuur. Wat gaat er zoal veranderen en vanaf wanneer zal dat het geval zijn?

 

In de pers werd al heel wat aandacht besteed aan de nieuwe regels rond woninghuur die er in Vlaanderen zullen komen. Daarbij wordt de focus vooral gelegd op de huurwaarborg. Die zou namelijk van twee naar drie maanden huur gaan. Daarnaast zijn er ook nog heel wat andere zaken die zullen wijzigen.

 

Vanaf wanneer?

Op dit moment is het nieuwe decreet nog niet gestemd door het Vlaamse parlement. Het gaat nog om een ontwerp. Er is wel al een akkoord over de nieuwe regelgeving binnen de Vlaamse regering. Allicht zal de nieuwe wet (voor de meeste zaken) in werking treden vanaf september 2018. Weet overigens dat de nieuwe wetgeving betrekking zal hebben op de zogenaamde woninghuur. Bovendien staan er een aantal bepalingen in rond de verhuring van studentenkamers. Daarop gaan we op een ander moment verder in. Andere soorten huur (bv. handelshuur, huur van een kantoorruimte, …) worden in het decreet niet geregeld.

 

Huurwaarborg

Een eerste belangrijke wijziging betreft inderdaad de huurwaarborg. De waarborg kan daarbij voortaan maximaal drie maand huur bedragen. De huurder krijgt volgens de nieuwe regels nog altijd de keuze hoe hij de huurwaarborg wil stellen. Hij kan dat op drie manieren doen. Hij kan ervoor kiezen om de huur op een geblokkeerde bankrekening te plaatsen of hij kan werken met een zakelijke zekerheidstelling bij een financiële instelling op zijn naam. Ten derde kan hij de waarborg ook verlenen ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële instelling.

 

Huur van korte duur

Het nieuwe decreet biedt de huurder van een kortlopende huurovereenkomst de mogelijkheid om die huurovereenkomst op ieder tijdstip te beëindigen als hij een opzeggingstermijn van drie maanden naleeft. De verhuurder heeft dan wel recht op  een vergoeding. Die bedraagt anderhalve maand, één maand of een halve maand huur naargelang de huurovereenkomst een einde neemt gedurende het eerste, het tweede of het derde jaar van de huur. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanvangsdatum van de eerste huurovereenkomst. Zolang de huurovereenkomst voor korte duur niet geregistreerd is zijn de opzeggingstermijn en de vergoeding wegens beëindiging in het eerste, tweede of derde jaar niet van toepassing.

 

Problemen met het verhuurde pand

Het decreet zegt verder dat het verhuurde onroerend goed moet beantwoorden aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit. Is dat niet het geval, dan is de huurovereenkomst nietig. De rechter kan in dat geval de huurder wel verplichten om een bezettingsvergoeding te betalen aan de verhuurder. Om het bedrag daarvan te bepalen wordt gekeken naar de objectieve huurwaarde van het pand, rekening houdende met de gebreken aan het goed. De huurder kan in dit geval een schadevergoeding vragen van de verhuurder.

 

Volgens de nieuwe regels is de huurder verantwoordelijk voor kleine herstellingen en herstellingen die nodig zijn door een oneigenlijk gebruik van het gehuurde pand of door een gebrek aan onderhoud als een goede huisvader. Herstellingen door ouderdom of overmacht moeten worden gedaan door de verhuurder. Er zal verder een lijst worden opgemaakt van wat kleine herstellingen juist zijn. In het huurcontract kan de herstellingsplicht van de huurder beperkt of zelfs uitgesloten worden. De verplichtingen van de huurder kunnen niet uitgebreid worden.

 

Als de huurders uiteengaan

Het nieuwe decreet geeft ook aan dat als de huurders getrouwd zijn of wettelijk samenwonen en ze uiteengaan, ze onderling afspreken wie de huurovereenkomst voortzet. Ze moeten dat aan de verhuurder meedelen. Als de huurders het niet eens worden, beslist de rechtbank. Werd de huurovereenkomst door beide huurders ondertekend, dan kan de verhuurder de huurder die ‘afhaakte’ nog gedurende zes maanden nadat hij geen huurder meer is, aanspreken voor de betaling van de huurprijs.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Verwilderde tuin bij het einde van de huur? Doe dan dit

Je verhuurt een huis met tuin. Bij het einde van de huurovereenkomst blijkt dat de huurder de tuin liet verwilderen. Kan je dan een schadevergoeding van hem vragen?

 

Het gebeurt maar al te vaak dat huurders het niet te nauw nemen met het onderhoud van de tuin van het huis dat ze huren. Zo werd het gras bv. niet gemaaid, woelde de hond van de huurder delen van de tuin om of werd er niet gesnoeid. Wat kan de verhuurder dan doen als hij bij het einde van de huur een niet-onderhouden tuin terugkrijgt?

 

Discussies vermijden

Zorg er voor dat je bij aanvang van de huurovereenkomst een omstandige plaatsbeschrijving opmaakt.  Beperk die niet alleen maar tot de ruimtes binnen maar beschrijf ook de toestand van de tuin. Voeg er ook foto’s van de toestand van de tuin aan toe. Op die manier kan er tenminste al geen discussie ontstaan over hoe de tuin er bij lag op het moment van het afsluiten van de huurovereenkomst.

 

Huurder moet onderhouden

In de loop van de huurovereenkomst moet je huurder de tuin onderhouden als een goed huisvader. Dat betekent dat hij het onkruid moet wieden, het gras moet maaien, planten moet snoeien enz. Hij mag de tuin dan ook niet ‘verwilderd’ aan jou teruggeven bij het einde van de huur.

 

En anders?

Heb je een plaatsbeschrijving en blijkt de tuin verwilderd bij het einde van de huur dan kan je een schadevergoeding vragen van je huurder. Raak je het niet eens over de omvang daarvan, dan kan de vrederechter beslissen. Zorg er alleszins bij gebrek aan een akkoord voor dat je een tegensprekelijke plaatsbeschrijving hebt die wordt opgemaakt bij het einde van de huur.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Een oude plaatsbeschrijving gebruiken: mag dat?

Om de opmaak van een plaatsbeschrijving te vermijden denkt een verhuurder er misschien wel aan om een oude plaatsbeschrijving aan het contract toe te voegen en die door de huurder te laten ondertekenen. Maar is die werkwijze wel geldig?

 

Als verhuurder overweeg je misschien wel een plaatsbeschrijving die werd opgesteld bij het begin van de vorige huur aan het huurcontract toe te voegen. Toch doe je dat maar beter niet als je problemen wil vermijden.

 

Wettelijk verplicht

Als je een huis of appartement verhuurt, moet er bij aanvang van de huurovereenkomst een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opgemaakt worden. Gebeurt dat niet dan geldt er een vermoeden in het voordeel van de huurder. Hij wordt verondersteld het gehuurde goed in dezelfde staat te hebben ontvangen als diegene waarin hij het teruggeeft bij het einde van de huur. Dit vermoeden is weerlegbaar. Zo kan je bijvoorbeeld een uitgaande plaatsbeschrijving met je vorige huurder voorleggen enz…

 

Wanneer opmaken?

De plaatsbeschrijving moet worden opgemaakt ten laatste een maand nadat de plaatsen door je huurder in gebruik werden genomen. Werd de huurovereenkomst gesloten voor minder dan één jaar dan moet de plaatsbeschrijving uiterlijk binnen de 15 dagen na het in gebruik nemen van de plaatsen worden opgemaakt.

 

Werken met een ‘oude’ plaatsbeschrijving?

Het zomaar toevoegen van een oude plaatsbeschrijving aan het huurcontract doe je maar beter niet. De kans bestaat namelijk dat de rechtbank dit niet voldoende zal vinden, ook al ondertekende de huurder ze. Men zou onder andere kunnen zeggen dat een plaatsbeschrijving die al enkele jaren oud is onmogelijk de toestand kan aangeven bij het begin van de huur. In de loop van de jaren doet er zich nu eenmaal onder andere slijtage voor.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Schimmelvorming tijdens de huur: wie betaalt de rekening?

In de loop van een huurovereenkomst klaagt een huurder over schimmelvorming binnen in de huurwoning. Wie dient dit dan op te lossen? Kan de huurder ook een vergoeding wegens mingenot vragen?

 

Het gebeurt wel eens dat een woning bij het begin van de huur perfect in orde is maar de huurder in de loop van de huurovereenkomst te maken krijgt met schimmelvorming. Wie dient dan welke verantwoordelijkheid te nemen?

 

Volstaan de ventilatiemogelijkheden?

Om te weten wie verantwoordelijk is voor het probleem moet nagekeken worden of er een technisch probleem is in de woning (en of de ventilatiemogelijkheden van de woning bv. wel volstaan). Is dat het geval, dan moet de verhuurder het probleem oplossen ook al deed het probleem zich nog niet voor bij het begin van de huur.

 

Volstaan de ventilatiemogelijkheden wel maar gebruikt de huurder ze niet (en is dat de oorzaak van de schimmel), dan is hij verantwoordelijk voor de schimmelvorming en dient hij die op te lossen.

 

Hoe eruit geraken?

Om te weten of de woning een technisch probleem kent, kan de verhuurder samen met de huurder een beroep doen op een deskundige. Er zou daarbij bijvoorbeeld afgesproken kunnen worden dat diegene die verantwoordelijk is voor het probleem de kosten van de deskundige uiteindelijk betaalt.

 

Wat moet er gebeuren?

Als het probleem dient opgelost te worden door de verhuurder zal die bv. bijkomende ventilatiemogelijkheden moeten voorzien en zorgen dat de schimmel verwijderd wordt. Een huurder die de ventilatie niet gebruikt zal moeten zorgen dat hij dat voortaan wel doet. Hij moet tevens de schimmels verwijderen.

 

Is het probleem de verantwoordelijkheid van de verhuurder dan kan de huurder eventueel een vergoeding wegens mingenot vragen. Hij kan ook bv. een schadevergoeding vragen voor kleding enz. die door de schimmel is aangetast. De huurder moet de verhuurder wel tijdig verwittigen van het probleem.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}