Wat moet je doen met de lening als je ex het huis overneemt?

Bij een echtscheiding of als samenwoners uiteen gaan gebeurt het wel eens dat één van hen de woning (die eigendom was van beiden) overneemt. Wat doe je in dat geval met de hypothecaire lening die daar op rustte?

Bij een echtscheiding of als samenwoners uiteen gaan gebeurt het wel eens dat één van hen de woning (die eigendom was van beiden) overneemt. Wat doe je in dat geval met de hypothecaire lening die daar op rustte?

 

 

Als twee samenwoners of echtgenoten die samen een huis hadden uiteengaan en één van hen de woning inkoopt, betaalt deze daarvoor aan de andere vaak een uitkoopsom. Die wordt meestal berekend door de waarde van het huis te verminderen met het bedrag van de openstaande lening en dat (als beiden elk voor de helft eigenaar waren) te delen door twee.

 

De bank is geen partij

Hou er daarbij wel rekening mee dat de bank geen partij is in de regeling die de ex-partners onder elkaar treffen. De bank is door dat akkoord ook niet gebonden. Die kan dus eisen dat beide ex-partners naar haar toe de lening blijven afbetalen ook al is diegene die zijn aandeel in de woning overdroeg geen eigenaar meer.

 

Ontlasting vragen

Het is niet voldoende in de onderlinge relatie tussen de ex-partners overeen te komen dat diegene die het huis overneemt de lening verder afbetaalt. Voorzie in het akkoord dat wie het huis overneemt aan de bank moet vragen dat de andere wordt ontlast als medekredietnemer. Er moet dus aan de bank gevraagd worden om diegene die niet langer eigenaar is voortaan niet meer als medekredietnemer te beschouwen.

 

De overeenkomst tussen de ex-partners kan zelfs worden gesloten onder de opschortende voorwaarde dat de bank die het hypothecair krediet verleende met deze ontlasting akkoord gaat.

 

En anders?

Als het akkoord van de bank niet wordt gevraagd (of niet wordt verkregen) kan de bank nog altijd komen aankloppen bij diegene die zijn aandeel in de eigendom overdroeg als de andere de lening niet correct meer afbetaalt. Bovendien kan het bijzonder moeilijk worden voor wie zijn aandeel overdroeg om nog een andere lening te bekomen (bijvoorbeeld om een ander onroerend goed aan te kopen).

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Nieuw erfrecht op komst

Vanaf 1 september 2018 verandert er heel wat op het vlak van het wettelijk erfrecht. Maar wat wijzigt er daarbij zoal? En met welke nieuwe regels moet je voortaan rekening houden?

Vanaf 1 september 2018 verandert er heel wat op het vlak van het wettelijk erfrecht. Maar wat wijzigt er daarbij zoal? En met welke nieuwe regels moet je voortaan rekening houden?

 

 

In het Belgisch Staatsblad werd op 1 september laatstleden een wet gepubliceerd die het erfrecht grondig wijzigt. De nieuwe regels treden volgend jaar (2018) op 1 september in werking. We zetten alvast enkele in het oog springende wijzigingen op een rijtje.

 

Kinderen kunnen meer onterfd worden

De nieuwe wet wijzigt vooreerst de regels rond de erfrechtelijke reserve. Meer bepaald wordt de reserve van afstammelingen teruggebracht tot maximaal de helft van de nalatenschap (tot nu toe was dat maximaal ¾ van de nalatenschap). Dat betekent dus dat wie overlijdt voortaan sowieso vrij kan kiezen aan wie hij of zij de helft van zijn nalatenschap laat toekomen (dat is het beschikbaar deel). De afstammelingen moeten deze reserve onderling verdelen. Zijn er bijvoorbeeld twee kinderen, dan heeft elk van hen minstens recht op ¼ van de nalatenschap. Zijn er drie kinderen dan hebben die elk recht op minimaal 1/6 van de nalatenschap.

 

Onder de huidige wetgeving hadden ook de ouders van de overledene soms reservataire rechten. Die vallen nu helemaal weg. Deze reserve wordt vervangen door een onderhoudsvordering ten laste van de nalatenschap. Hiervoor is wel vereist dat de ouder behoeftig is. Bovendien geldt deze onderhoudsplicht alleen voor de nalatenschap van iemand die overlijdt zonder nakomelingen.

 

Schenkingen worden anders ‘aangerekend’

Als je tot op heden aan één of meerdere kinderen een schenking deed van een onroerend goed, dan werd die schenking bij de berekening van de inbreng meegerekend aan de waarde die het onroerend goed had … bij je overlijden. Dat had soms bijzonder nadelige gevolgen als in de loop van de jaren het ene onroerend goed meer waard was geworden dan het andere.

 

Ook als één van je kinderen bv. een bouwgrond van je kreeg met een toenmalige waarde van 50.000 euro en een ander kind kreeg toen een bedrag van 50.000 euro voorzag de wet dat de grond moest worden ingebracht aan de waarde bij je overlijden (allicht veel meer dan die 50.000 euro) terwijl de geldsom die je gaf (en die ten tijde van de schenking evenveel waard was als de grond) aan de nominale waarde (dus 50.000 euro) moest worden ingebracht.

 

De wet verandert deze spelregels. Meer bepaald gebeurt de inbreng vanaf het moment dat de wet in werking treedt op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, maar geïndexeerd tot de dag van het overlijden. Dat geldt ook voor schenkingen die vroeger gebeurden.

 

Als je deze nieuwe regels niet ziet zitten en wil dat alles bij het oude blijft, kan je daarvoor kiezen. Je kan namelijk als je vroeger een schenking deed, ervoor kiezen om toch onder de oude regels te blijven vallen. Dit kan je doen door uiterlijk tegen 1 september 2018 bij een notaris een verklaring af te leggen. Weet wel dat het een alles-of-niets-verhaal is. Je keuze geldt voor alle schenkingen die je deed. Je kan er dus niet voor kiezen om voor de ene schenking onder de oude wet te vallen en voor de andere onder de nieuwe.

 

Overeenkomsten afsluiten kan

Onder de bestaande wet is het niet zomaar mogelijk overeenkomsten af te sluiten over een nalatenschap die nog niet is opengevallen. Volgens de nieuwe kan dat onder bepaalde voorwaarden wel. Via zo’n overeenkomst kunnen ouders bijvoorbeeld al tijdens hun leven samen met hun kinderen hun nalatenschap regelen. Het is daarbij belangrijk alle vermoedelijke erfgenamen in rechte neerdalende lijn bij de overeenkomst te betrekken. Voorbeelden van mogelijke afspraken zijn onder andere het afwijken van het voorbehouden erfdeel, het extra begunstigen van een kind dat zorg nodig heeft enz.

 

Ook specifieke overeenkomsten met bepaalde familieleden zijn mogelijk.

 

De opmaak van zo’n overeenkomst is werk voor een specialist zoals bijvoorbeeld een notaris of advocaat.

 

Jan Roodhooft (www.ra-advocaten.be)

5 tips om van verhuizen en samenwonen een succes te maken

Voor veel koppels is verhuizen, samenwonen of verbouwen een stressvolle tijd. Ruzies, onenigheid en woordenwisselingen, ze komen vaak voor in deze periode. Toch kan het ook anders. Wij geven je alvast een aantal tips mee om deze periode een stuk rustiger te overbruggen.

Voor veel koppels is verhuizen, samenwonen of verbouwen een stressvolle tijd. Ruzies, onenigheid en woordenwisselingen, ze komen vaak voor in deze periode. Toch kan het ook anders. Wij geven je alvast een aantal tips mee om deze periode een stuk rustiger te overbruggen.

 

1. Neem je tijd om voor te bereiden

Samen halsoverkop naar de winkel rennen heeft weinig nut, het is vragen om problemen. Met een goede voorbereiding, het maken van een moodboard en zaken te bespreken voorkom je al veel irritatie op de plaats van aankoop zelf. Kom je al samen tot een moodboard, dan voorkom je in de winkel alvast hevige woordenwisselingen.

 

Ga ook goed op tijd op shoppingtrip, op heel wat spullen zit immers een stevige levertijd en dat kan dan weer voor bijkomende irritatie zorgen.

 

2. Sluit compromissen en toon respect

Als je met zijn tweetjes of zelfs meer bent in een gezin, zal je altijd wat water bij je wijn moeten doen. Mijd om altijd het negatieve te benoemen en benader de zaken ook eens van een positieve kant. Willen jullie bijvoorbeeld allebei een totaal andere kleur op de muur, zoek dan misschien eerst samen naar een kleur waar jullie je beide in kunnen vinden. Voor pietluttigheden op je strepen blijven staan heeft zelden nut.

 

3. Personaliseren moet kunnen

Het interieur is van jullie beide, maar er moet ruimte zijn voor persoonlijke toetsen. Zorg ervoor dat jullie beide persoonlijke interesses in het interieur kunnen stoppen, dat geeft een beter gevoel.

 

4. Een mix van bestaande spullen

Hebben jullie bestaande spullen, bekijk dan hoe je deze kan combineren als je ze meeneemt. Mix & match en gebruik je moodboard als basis. Hou rekening met de emotionele waarde van bepaalde spullen bij je partner. Ook al oogt het dan misschien niet perfect, soms moet je accepteren dat het gewoon mee moet. Blijkt vaak dat het nog perfect past ook!

 

5. Laat je bijstaan door een professional

Wanneer je beide niet zo thuis ben in interieur of creativiteit mist, dan kun je veel ruzies en miskopen voorkomen door een professional in te schakelen. Deze heeft niet alleen oog voor stijl, hij/zij biedt ook een luisterend oor en bekijkt de zaken vaak wat objectiever. Op deze manier verdient een professional zichzelf terug. Minder ergernis, minder miskopen en minder tijdverspilling.

 

Zorg er wel voor dat deze professional bij je past qua stijl, aanpak en budget. Eerdere interieurprojecten bekijken en referenties opvragen kan helpen. Een persoonlijke klik is natuurlijk ook belangrijk, net als een heldere offerte.

 

door Kevin Stickens

{{NEWSLETTER_BOX}}

Wat als een mede-erfgenaam de erfenis weigert te verdelen?

Na het overlijden van je ouders moet hun erfenis uiteen gedaan worden. Wat kan je doen als één van je mede-erfgenamen een minnelijke verdeling weigert?

 

Je doet na het overlijden van je ouders een beroep op een notaris om hun erfenis uiteen te doen. De notaris stelt een verdeling voor waarin iedereen -op één erfgenaam na- zich kan vinden. Kan je deze erfgenaam verplichten om alsnog akkoord te gaan?

 

Akkoord van iedereen nodig

Om de erfenis minnelijk uiteen te kunnen doen heb je het akkoord van alle erfgenamen nodig. Gaat één van je broers of zussen dwarsliggen dan is zo’n minnelijke regeling niet mogelijk. Het volstaat dus niet dat de meerderheid van je mede-erfgenamen wel akkoord is.

 

Probeer te overtuigen

Om er alsnog uit te geraken kan de notaris op wie je een beroep deed de weigerende erfgenaam alsnog proberen te overtuigen. Het kan daarbij eventueel een oplossing zijn één of andere tegemoetkoming te doen naar de erfgenaam in kwestie toe. Door één of andere compensatie te geven kan hij misschien alsnog over de streep getrokken worden…

 

Naar de rechtbank

Een andere oplossing bestaat erin naar de rechtbank te stappen en daar de uitonverdeeldheidstreding te vragen. De rechtbank zal dan een notaris aanstellen die als taak krijgt de erfenis uiteen te doen.

 

Deze notaris zal een verdeling doorvoeren, ook al zijn (bepaalde) erfgenamen het daar niet mee eens. Hierbij dient een ganse procedure te worden gevolgd en kan u, als u het niet eens bent met de notaris, ook bezwaren formuleren. Voor een dergelijke procedure doet u best een beroep op de diensten van een advocaat.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Zijn afspraken om ‘in onverdeeldheid te blijven’ geldig?

Als je samen met iemand anders eigenaar bent van een onroerend goed, kan je meestal de uitonverdeeldheidstreding vragen. Maar kan je ook afspreken dat je dat niet zal doen? Hoe ga je daarbij te werk?

Als je samen met iemand anders eigenaar bent van een onroerend goed, kan je meestal de uitonverdeeldheidstreding vragen. Maar kan je ook afspreken dat je dat niet zal doen? Hoe ga je daarbij te werk?

 

Als je samen met je broers en/of zussen een onroerend goed erft kan niemand je verplichten om ‘in onverdeeldheid’ te blijven. Je kan met andere woorden in principe steeds een einde laten maken aan de mede-eigendom. Hetzelfde geldt als je samen met een partner een onroerend goed aankocht en er aan de relatie een einde gekomen is. Maar wat als je andere afspraken wil maken?

 

Het principe

De wet is duidelijk. Die geeft aan dat niemand kan worden verplicht om in onverdeeldheid te blijven met anderen. Zijn de andere eigenaars niet akkoord om je bijvoorbeeld uit te kopen aan voorwaarden waar je het mee eens bent of om het onroerend goed te verkopen, dan kan je naar de rechtbank stappen. Daar kan je om de zogenaamde ‘uitonverdeeldheidstreding’ vragen. Als je dat doet stelt de rechtbank een notaris aan die moet overgaan tot de vereffening-verdeling.

 

Als een verdeling in natura niet mogelijk is en er geen andersluidend akkoord tot stand komt (waarbij één van jullie het goed bijvoorbeeld inkoopt of dat onderhands wordt verkocht), zal dit er veelal uiteindelijk toe leiden dat het onroerend goed waarvan je mede-eigenaar bent openbaar moet worden verkocht.

 

Je kan andere afspraken maken

Op de mogelijkheid om steeds een verdeling te vorderen bestaat een uitzondering. Meer bepaald geeft de wet aan de mede-eigenaars de mogelijkheid om een overeenkomst af te sluiten om in onverdeeldheid te blijven. Als alle mede-eigenaars het eens zijn kan je dus overeenkomen om de verdeling uit te stellen. Hou er rekening mee dat zo’n overeenkomst voor hoogstens vijf jaar kan worden aangegaan. Na het verstrijken van die termijn kan je de overeenkomst wel vernieuwen en een afspraak maken om niet uit onverdeeldheid te treden voor een nieuwe periode van vijf jaar. Maak je een overeenkomst op voor een langere duur dan zal die niet zomaar geldig zijn. De overeenkomst zal dan namelijk maar gelden voor vijf jaar.

 

Er kunnen ook andere uitzonderingen op de regel bestaan. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een tontine of een beding van aanwas werd overeengekomen.

 

Wanneer heeft het zin?

Een overeenkomst om een tijdlang in onverdeeldheid te blijven kan bijvoorbeeld wel eens zinvol zijn in het kader van een echtscheiding. Meer bepaald kan men op die manier er bijvoorbeeld voor zorgen dat één van de ex-echtgenoten samen met de kinderen nog een tijdlang in de voormalige gezinswoning kan blijven wonen.

 

Ook als de woning bijvoorbeeld verhuurd is aan een bijzonder ‘goede’ huurder kan het interessant zijn ze niet te verkopen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld als er mogelijkheden zijn tot verkaveling van het onroerend goed of als de economische situatie tijdelijk niet gunstig is om tot een verkoop over te gaan. Ook als bijvoorbeeld één van de mede-eigenaars minderjarig is overweegt men wel eens om in onverdeeldheid te blijven tot hij meerderjarig is.

 

Denk alleszins goed na vooraleer je akkoord gaat om zo’n overeenkomst te ondertekenen. Hou er rekening mee dat je aan de overeenkomst ‘vast’ zit. Als je een tijdje na het sluiten van de overeenkomst wel zou willen verkopen (omdat je het geld bijvoorbeeld nodig hebt of wil investeren in een ander project) zit je voor enkele jaren aan de afspraken vast.

 

Hoe kan je te werk gaan?

Als het gaat om een onroerend goed volstaat het niet dat je samen met je mede-eigenaars onderling zo’n overeenkomst afsluit. Die moet namelijk notarieel worden opgesteld. Bovendien moet deze overeenkomst overgeschreven worden op het hypotheekkantoor. Schuldeisers van een mede-eigenaar kunnen als zo’n overeenkomst werd aangegaan in principe de verdeling niet vorderen zolang de overeenkomst duurt. Een uitzondering op die regel bestaat als de overeenkomst werd gesloten om hen te bedriegen.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

 

{{NEWSLETTER_BOX}}

Wie beheert je onroerend goed als je dat zelf niet meer kan?

Je bent eigenaar van enkele onroerende goederen die je verhuurt. Maar wat gebeurt er daarmee als je zelf niet meer voldoende bekwaam zou zijn om het beheer ervan te doen. Wie kan dan dat beheer verder waarnemen?

Je bent eigenaar van enkele onroerende goederen die je verhuurt. Maar wat gebeurt er daarmee als je zelf niet meer voldoende bekwaam zou zijn om het beheer ervan te doen. Wie kan dan dat beheer verder waarnemen?

 

Iedereen kan op een leeftijd komen waarin hij zijn goederen niet meer degelijk kan beheren. Denk daarbij bijvoorbeeld maar aan het geval dat je dement zou worden. Of misschien raak je ooit wel gekwetst bij een verkeersongeval waarbij je in coma raakt of waarbij je verstandelijke vermogens blijvend worden aangetast. Wat gebeurt er in dat geval met het beheer van je onroerende goederen als ook je echtgenoot er niet meer is?

 

Een ‘gewone’ volmacht kan niet meer

Op het moment dat je wilsonbekwaam wordt kan je geen volmacht meer geven aan anderen (zoals aan je kinderen) om verder je onroerende goederen te beheren. Sterker nog, zelfs als je een volmacht gaf in een periode dat je wel degelijk nog wilsbekwaam was, kan de gevolmachtigde zich daarop niet meer beroepen om het beheer nadat je onbekwaam werd verder te zetten. De uitwerking van de volmacht eindigt nu eenmaal op het moment dat je wilsonbekwaam wordt.

 

Evident gaat het al evenmin op dat iemand spontaan zomaar in jouw naam je vermogen gaat beheren als je dat zelf niet meer kan. Dat geldt zelfs als die persoon jouw enige kind zou zijn. Maar wat moet er dan wel gebeuren?

 

Werk met een zorgvolmacht

Je kan wel een zogenaamde zorgvolmacht geven. Dat doe je op een moment waarop je nog perfect geestelijk gezond bent, voor het geval je onbekwaam wordt. Via zo’n volmacht kan je aan een vertrouwenspersoon een volmacht geven om als je wilsonbekwaam wordt in jouw naam op te treden.

 

Je kiest daarbij zelf wie je als gevolmachtigde aanduidt. Zo kan je een familielid of iemand totaal anders aanduiden. Je zou ook meerdere vertrouwenspersonen kunnen aanduiden die samen moeten optreden of verschillende bevoegdheden toekennen aan diverse vertrouwenspersonen. Je kan in de zorgvolmacht zelf bepalen welke bevoegdheden je vertrouwenspersonen precies krijgen. Dat kan gaan van daden van beheer (zo bv. het verhuren van onroerend goederen) tot daden van beschikking (bv. het verkopen van onroerende goederen)

 

Hoe ga je te werk?

Strikt gezien kan je de volmacht zelf opstellen voorzover je enkel een volmacht geeft om daden van beheer te stellen. Om discussies over de juiste inhoud te vermijden en om ervoor te zorgen dat de volmacht juridisch correct is verwoord en je wel degelijk aan alles dacht, doe je niettemin beter een beroep op een specialist. Als je wil dat je vertrouwenspersoon ook daden van beschikking mag stellen, moet je de zorgvolmacht laten opstellen door een notaris. Reken daarvoor op een kost van enkele honderden euro’s.

 

Laat de volmacht overigens sowieso registreren in het Centraal Register van Lastgevingsovereenkomsten. Dat kan je laten doen door de notaris of je kan je wenden tot de griffie van het vredegerecht. Door deze registratie behoudt de volmacht zijn uitwerking in de periode dat je wilsonbekwaam wordt.

 

Weet overigens dat als je vertrouwenspersoon de zorgvolmacht zou misbruiken er een zekere bescherming is. Meer bepaald kan elke belanghebbende naar de vrederechter stappen als je belangen in het gedrang worden gebracht en men bijvoorbeeld zijn twijfels heeft of de gevolmachtigde je belangen wel correct behartigt.

 

Er is geen zorgvolmacht. Wat nu?

Word je wilsonbekwaam en maakte je geen zorgvolmacht op, dan kan een belanghebbende naar de vrederechter stappen en vragen dat die een voorlopig bewindvoerder aanstelt. De vrederechter zal op die vraag ingaan als je inderdaad niet meer in staat bent je vermogen te beheren.

 

De vrederechter beslist daarbij ook hoever de bevoegdheden gaan die aan de bewindvoerder worden toegekend en in welke mate die je moet bijstaan in het beheer van je vermogen. Hoe beter je toestand nog is, hoe beperkter allicht de bevoegdheden van de bewindvoerder zullen zijn.

 

door Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Schenking onroerend goed: wie betaalt de kosten?

Je ouders willen je een huis of een bouwgrond schenken. Wie betaalt in dat geval de kosten die aan de schenking verbonden zijn? Kan je ook bepaalde afspraken maken?

 

 

Als iemand een onroerend goed wil schenken is het nodig dat een notariële akte wordt opgemaakt. Daarnaast moeten schenkingsrechten betaald worden. Maar wie betaalt deze?

 

De begiftigde betaalt

De regel is dat diegene die de schenking krijgt de kosten die daaraan verbonden zijn betaalt. Hierbij gaat het vooreerst om de schenkingsrechten. Bovendien zijn er allerhande kosten verbonden aan de tussenkomst van de notaris en de opmaak van de nodige documenten en aktes. De notaris zal vragen dat deze kosten op zijn rekening gestort worden voor de nodige aktes worden opgemaakt.

 

Andere afspraken

De schenker en de begiftigde kunnen onderling andere afspraken maken. Zo kunnen zij perfect overeenkomen dat de kosten van de schenking ook worden betaald door de schenker. In de praktijk gebeurt dat ook vaak. Het volstaat hiervoor dat er in de notariële akte een zin wordt opgenomen waarin staat dat alle kosten en schenkingsrechten die gekoppeld zijn aan de schenking worden betaald door de schenker.

 

Schenkingsrechten op de kosten?

Als de schenker de kosten betaalt is dat eigenlijk weer een nieuwe soort van vrijgevigheid. Toch moeten daar geen extra schenkingsrechten op worden betaald. Het volstaat daarvoor dat in de schenkingsakte zelf de kosten van de schenking ten laste van de schenkers worden gelegd.

 

door Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

 

{{NEWSLETTER_BOX}}

Vruchtgebruiker of blote eigenaar: wie betaalt de onroerende voorheffing?

Tussen een blote eigenaar en een vruchtgebruiker rijst er wel eens discussie over wie de onroerende voorheffing moet betalen. Hoe zit dat precies?

 

 

Na een overlijden gebeurt het vaak dat de langstlevende echtgenoot vruchtgebruiker is van een onroerend goed en de kinderen de blote eigenaar. Of er kan sprake zijn van een gesplitste aankoop waarbij ouders het vruchtgebruik kochten en de kinderen de blote eigendom. Wie betaalt in dat geval de onroerende voorheffing?

 

De vruchtgebruiker betaalt

In de regel is het de vruchtgebruiker die de onroerende voorheffing moet betalen. De blote eigenaar op zijn beurt betaalt niets. De vruchtgebruiker moet namelijk alle jaarlijkse lasten van het onroerend goed dragen, zoals de onroerende voorheffing en de brandverzekering.

 

Andere afspraken

Onderling kan je natuurlijk altijd andere afspraken maken en dit zeker als de verstandhouding tussen de blote eigenaar en de vruchtgebruiker opperbest is. Je kan bijvoorbeeld overeenkomen dat de blote eigenaar de onroerende voorheffing terugbetaalt.

 

En hoe zit het als je een onroerend goed verhuurt?

Als je een appartement of een huis verhuurt waarin je huurder zijn hoofdverblijf heeft dan kan je de onroerende voorheffing in het huurcontract niet ten laste leggen van je huurder. Doe je dat toch dan is zo’n clausule niet geldig. Als je een garage of een handelspand verhuurt dan kan je de onroerende voorheffing contractueel wel ten laste leggen van je huurder. Jij moet dan de onroerende voorheffing betalen aan de belastingdiensten. Je kan aan je huurder dan alleen vragen dat hij ze aan jou terugbetaalt.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

 

{{NEWSLETTER_BOX}}

Wat als je ex het gezamenlijk huis niet wil verkopen?

Je kocht samen met je ex-partner een huis aan. Nu je uiteen bent zou je de woning willen verkopen. Je ex is het daar niet mee eens. Wat kan je in dat geval doen?

Je kocht samen met je ex-partner een huis aan. Nu je uiteen bent zou je de woning willen verkopen. Je ex is het daar niet mee eens. Wat kan je in dat geval doen?

 

 

Om de woning waar je samen eigenaar van bent te kunnen verkopen, heb je het akkoord van je ex nodig. Geeft die dat niet, dan kan je de woning niet zomaar alleen te koop stellen.

 

Je kan hem dwingen

Niettemin kan je je ex-partner ‘dwingen’ tot een oplossing. Je kan namelijk naar de rechtbank stappen en daar wat men noemt de ‘uitonverdeeldheidstreding’ vragen. Voor zo’n procedure doe je best een beroep op de diensten van een advocaat. De rechtbank zal dan een notaris aanstellen. Die wordt belast met het vereffenen en verdelen van de goederen waarvan jullie beide eigenaar zijn. Kijk wel na of er in de aankoopakte geen beding van aanwas of tontine staat. Die zal namelijk allicht eerst moeten beëindigd worden.

 

Wat doet de notaris?

Bij de notaris kan je met je ex alsnog een regeling treffen voor het onroerend goed. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen afspreken dat één van jullie dit inkoopt en de andere uitbetaalt of dat het onroerend goed onderhands wordt verkocht en het saldo van de verkoopprijs (na aanzuivering van de lening) tussen jullie beiden wordt verdeeld.

 

Je raakt het niet eens

Kom je niet tot een oplossing en is een verdeling in natura niet mogelijk (dat kan bijvoorbeeld als er twee onroerende goederen zijn van ongeveer een gelijke waarde), dan zal de notaris uiteindelijk allicht overgaan tot een openbare verkoop van het pand.

 

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

{{NEWSLETTER_BOX}}

Huis erven: erft het stiefkind mee?

Je bent eigenaar van een huis. Je hebt twee kinderen. Bovendien had je al overleden echtgenote op haar beurt een kind uit een eerdere relatie. Erft dat stiefkind ook van jou?

 

 

Er wordt wel eens gedacht dat stiefkinderen dezelfde erfrechten hebben dan andere kinderen. Maar is dat wel zo?

 

Geen wettelijk erfrecht

Stiefkinderen hebben, in tegenstelling tot wat wel eens wordt gedacht, geen wettelijk erfrecht. Ze erven dus niet automatisch van jou en dit ongeacht hoe sterk hun band met jou is. Wil je dat je stiefkinderen toch van jou erven, dan moet je een testament opmaken waarin je hen bevoordeligt. Een uitzondering op die regel bestaat als je je stiefkind zou hebben geadopteerd. In dat geval heeft het dezelfde rechten als een ‘eigen’ kind.

 

Er zijn grenzen

Zelfs als je een testament maakt kan je je stiefkind veelal niet onbeperkt bevoordeligen. Als je reservataire erfgenamen hebt (zoals kinderen of kleinkinderen) moet je nu eenmaal rekening houden met hun reservataire aanspraken. Je kan dan enkel het zogenaamde beschikbaar deel aan je stiefkind legateren. Geef je meer dan kunnen de reservataire erfgenamen de inkorting vragen.

 

En de erfrechten?

Op fiscaal vlak bestaat er wel een gunstige regeling voor stiefkinderen. Ze worden onder bepaalde voorwaarden gelijkgesteld met gewone kinderen (klik hier voor meer informatie). Als ze aan deze voorwaarden voldoen, betalen ze dezelfde erfrechten als gewone kinderen.

 

door Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)

 

{{NEWSLETTER_BOX}}